Trends in verhuisstromen
Tussen 2014 en 2021 was sprake van een toenemende stroom migratie vanuit de Randstad naar overig Nederland, waaronder ook naar Gelderland en Overijssel. In 2022 was voor het eerst een lichte afname te zien. In 2023 nam de stroom weer toe en in 2024 zijn we weer min of meer terug op het niveau van 2022. We hebben het hier over verhuisde hoofden van huishoudens, die een jaar eerder nog op een ander adres in Nederland woonden.
Het gaat in vergelijking met de totale binnenlandse verhuisstromen niet om heel grote aantallen. De meeste verhuizingen vinden plaats over korte afstand, vaak binnen dezelfde gemeente. In 2024 ging het in Overijssel en Gelderland bij elkaar om circa 12.100 verhuisden uit de Randstad op een totaal van circa 129.000, ofwel 9,4%. Niet alleen in absolute zin, maar ook in relatieve zin is dit meer dan in het verleden. In 2012 waren het er nog maar 7.700 (6,3%). Sinds 2021 neemt het aandeel echter niet meer toe.

De omgekeerde stroom, vanuit Overijssel en Gelderland naar de Randstad, vertoont vanaf 2017 een licht dalende lijn, met uitzondering van 2023. Tien jaar geleden was het migratiesaldo met de Randstad nog negatief (meer vertrekkers dan vestigers), maar dat is omgeslagen. In 2024 was het vertrek 11.100 huishoudens.
Selectieve stromen
Hoewel beide stromen, uit en naar de Randstad, in omvang niet veel verschillen, zijn ze wel verschillend van samenstelling. Onder de stroom vestigers uit de Randstad zijn 30-plussers sterk vertegenwoordigd. Onder de stroom naar de Randstad vinden we naar verhouding veel jongeren in de klasse tot 23 jaar en in de klasse 23-29 jaar.
Ontwikkelingen in 2023 en 2024
Wat opvalt is dat in 2024 eigenlijk de lijn met 2022 en de jaren daarvoor wordt voortgezet. Wat de vestigers uit de Randstad betreft is dit een stabilisatie, wat de vertrekkers naar de Randstad betreft een lichte afname. In beide gevallen werden de trends doorbroken in het jaar 2023. Wat is hier aan de hand?
Wat opvalt in beide stromen, is dat de uitschieter in 2023 vrijwel uitsluitend is veroorzaakt door de leeftijdsklasse tot 23 jaar. Hoewel we aan de leeftijd niet met zekerheid kunnen zien of het om studenten gaat, vermoeden we dat de verandering in de studiefinanciering van invloed is geweest op de toegenomen verhuisdynamiek van jongeren in de studentenleeftijden in beide richtingen. De herintroductie van de basisbeurs voor uitwonende studenten maakt het voor studenten gemakkelijker om voor studie te verhuizen. Uit de landelijke monitor studentenhuisvesting (LMS) blijkt ook dat in het studiejaar 2023-2024 voor het eerst sinds jaren het aandeel “uitwonende” studenten is toegenomen. Bij nadere analyse blijkt ook dat de toename van de instroom van jongeren in Gelderland en Overijssel vooral terecht is gekomen in Enschede, Wageningen en Nijmegen. Meer hierover is te vinden op de pagina over het profiel van de vestigers per regio en in de grotere gemeenten. Omgekeerd zien we in Amsterdam en Utrecht een piek in de vestiging van jongeren van buiten de Randstad in 2023. Zie hiervoor de pagina Uittocht uit de G4?
Om voor de uitwonende studiebeurs in aanmerking te komen, moeten studenten wel ingeschreven staan op het uitwonende adres. We vermoeden dan ook dat de verhuispiek in 2023 voor een deel administratieve verhuizingen zijn geweest. En omdat de studentenpopulatie in 2024 nog grotendeels hetzelfde is als in 2023 was dit een eenmalige actie, die voor de meesten in 2024 niet nogmaals nodig was. Een nadere analyse laat zien dat 18-jarigen in 2024 qua migratie op het niveau zaten van de 18-jarigen uit 2023, maar dat voor 19-23 jarigen het aantal binnenlandse migratie weer op het niveau lag van 2022. Hoe het verder gaat zal moeten blijken. Daarin speelt ook de beschikbaarheid van studentenhuisvesting een rol, of juist het gebrek daaraan. Dit verschilt weer per studentenstad. Voor nu lijkt het erop dat het jaar 2023 een eenmalige uitschieter is geweest.
De overige leeftijdsgroepen laten zich niet leiden door studie, maar meer door woningmarktmotieven. Dit geldt in het bijzonder voor de klasse 30-45 jaar, waarin veel huishoudens toe zijn aan settelen. Een recente ontwikkeling op de woningmarkt is de veranderde positie van de particuliere huur. Door diverse oorzaken (hogere overdrachtsbelasting, gestegen rentes, hogere vermogensbelasting en strengere huurprijsregulering) is het verhuren van woningen voor particulieren minder lucratief dan in het verleden. Dit heeft in 2024 vooral in de grote steden geleid tot een verkoopgolf van huurwoningen. Voor koopstarters in de grote steden was dit gunstig (meer aanbod in het relatief betaalbare segment), maar voor jonge vestigers in de steden, die juist sterk afhankelijk zijn van particuliere huur, ongunstig. Of dit ook invloed heeft gehad op de migratiestromen is niet duidelijk.
Invloed van de Randstad per regio
De meeste Randstedelingen die naar het oosten verhuizen blijven in de buurt. Vooral Rivierenland en Foodvalley hebben de instroom uit de Randstad over een lange periode zien toenemen. Deze regio’s kenden toch al relatief veel uitwisseling met aangrenzende delen van de Randstad. Ook in Noord-Veluwe en de Stedendriehoek is de invloed van de Randstad relatief groot.
In de verder weg gelegen regio’s, zoals Twente, de Achterhoek en landelijk Overijssel, is de invloed van de Randstad kleiner, zeker als dat wordt afgezet tegen de totale binnenlandse verhuisdynamiek. Toch is deze instroom in alle tien de onderscheiden regio’s over de laatste tien jaar toegenomen, zowel absoluut als relatief (ten opzichte van de totale verhuisstroom).

Uit het profiel van de vestigers blijkt dat de instroom van dertigplussers in alle regio’s de laatste jaren schommelt, met sinds 2021 een licht dalende tendens. De leeftijdsprofielen per regio zijn echter stabiel over de jaren heen.
Invloed van de Randstad per gemeente
Op het schaalniveau van gemeenten blijkt nog sterker dat de invloed van de Randstad het grootst is in direct aan de Randstad grenzende gemeenten, zoals Nijkerk en Culemborg. Daar komt de laatste jaren tot meer dan 30% van de totale instroom (inclusief die uit eigen gemeente) uit de Randstad. In relatieve zin is in de meest oostelijk gelegen gemeenten veelal niet meer dan 5% van de recent verhuisden afkomstig uit de Randstad.
Vrijwel overal is de invloed van de Randstad in ieder geval in absolute, maar meestal ook in relatieve zin (in relatie toe alle binnenlandse verhuizingen) toegenomen. Op onderstaande kaartbeelden is deze oprukkende invloed te zien. Daarin zien we de Randstad langzaam opschuiven naar het oosten.


In onderstaande interactieve figuur worden de aantallen per gemeente zonder verdere duiding weergegeven. Omdat het in sommige gemeenten om kleine aantallen gaat en omdat die van jaar tot jaar kunnen fluctueren, zijn de cijfers hier per drie jaar bij elkaar geteld. (NB. De gemeente Rozendaal ontbreekt wegens te weinig waarnemingen. Renswoude, Veenendaal en Rhenen worden tot Foodvalley gerekend, maar liggen eigenlijk in de provincie Utrecht).
Overig Nederland en het buitenland
Een andere trend is dat de instroom uit het buitenland over een aantal jaren bezien is toegenomen, met daarbij fluctuaties van jaar tot jaar. Het coronajaar 2020 vormde een kortstondige trendbreuk, in 2021 herstelde de instroom uit het buitenland weer en in 2022 is de instroom uit het buitenland nog weer aanzienlijk toegenomen om in 2023 en 2024 weer wat te dalen. Onder vestigers uit het buitenland bevinden zich ook (hoofden van) huishoudens die via een andere gemeente (bijvoorbeeld een gemeente met een AZC) zijn doorverhuisd, maar die een jaar eerder nog niet in Nederland woonden (zie bronnen en methoden voor de definitie van verhuisden). Ook arbeidsmigranten (voor zover ingeschreven) vinden we in deze categorie terug. De vestigers uit het buitenland en uit overig Nederland (niet-Randstad en niet Overijssel en Gelderland) blijven in dit onderzoek verder buiten beschouwing.