Uittocht uit de G4?

Een deel van de migratie naar buiten de Randstad vindt zijn oorsprong in de grote steden. Als we inzoomen op de G4, zien we een gestaag toenemende vertrekstroom, zowel naar andere delen van de Randstad als verder weg. Wat is hier aan de hand?

Nieuwe suburbanisatie

Vanuit de grote steden bezien is duidelijk sprak van een gestaag toenemende uitstroom. De meeste vertrekkers blijven overigens wel binnen de Randstad. Het zijn vooral dertigplussers die in toenemende mate de steden verlaten. En de groei zit hem bijna uitsluitend in vertrekkers die een koopwoning betrekken. Vanwege deze combinatie van kenmerken lijkt het hier om een klassieke vorm van suburbanisatie. Het vertrek van dertigplussers uit de stad die settelen in de omgeving is immers geen nieuw verschijnsel.

Ook het vertrek uit de G4 naar Nederland buiten de Randstad neemt sinds 2013 ieder jaar in omvang toe. In vergelijking met de vertrekkers binnen de Randstad ligt het accent hier wat meer op de 45-plussers, maar in grote lijnen lijkt profiel van de vertrekkers naar buiten de Randstad sterk op dat van vertrekkers die binnen de Randstad blijven.

Op zoek naar een koopwoning

Het feit dat zo veel vertrekkers uit de grote steden buiten de stad een koopwoning betrekken, doet vermoeden dat de woningmarkt een belangrijke en ook steeds sterkere drijfveer achter het vertrek is. Kennelijk vinden woningzoekenden buiten de stad de koopwoningen die in de steden zelf schaars en (dus) duur zijn. Veelzeggend in dit verband is dat binnen de grote steden zelf, waar ook driftig wordt verhuisd, het aantal betrokken koopwoningen niet toeneemt.

Degenen die binnen de steden verhuizen, betrekken juist steeds vaker een particuliere huurwoning. Vooral in Amsterdam is dit segment enorm in betekenis toegenomen. Particuliere huur vult hier het gat in de markt, dat is ontstaan door de beperkte beschikbaarheid en toegankelijkheid van enerzijds corporatiewoningen en anderzijds koopwoningen.

Overigens is het aantal betrokken woningen kleiner dan het aantal verhuisde huishoudens en is voor het jaar 2020 niet in alle gevallen het eigendom bekend. Dit wordt hier toegelicht.

Zijn de G4 nog wel aantrekkelijk?

Terwijl de stroom de stad uit toeneemt, is de omgekeerde stroom, vanuit de rest van Nederland naar de steden toe, door de tijd heen betrekkelijk stabiel. Het is dus niet zo dat de stroom naar de steden aan het opdrogen is. De instroom in de G4, vooral uit andere delen van de Randstad, is in coronajaar 2020 zelfs weer iets toegenomen. En dan hebben we het nog niet over instroom uit het buitenland, die overigens juist in coronajaar 2020 weer afnam. Mogelijk heeft het (tijdelijk?) wegblijven van veel expats ruimte geschapen voor vestigers uit het binnenland. Onder de vestigers bevinden zich naar verhouding veel meer jongeren (jonger dan dertig) dan onder de vertrekkers. Het lijkt er dus sterk op dat de grote steden hun aantrekkingskracht op jongeren nog niet kwijt zijn.

Hierbij is het opvallend hoe groot het aantal van de particuliere huursector is onder vestigers uit de rest van Nederland. Amsterdam is hier wederom het duidelijkste voorbeeld. Terwijl Amsterdamse huishoudens die de stad verlaten steeds vaker een koopwoning betrekken, komen huishoudens die zich in Amsterdam vestigen, net als huishoudens die binnen de stad verhuizen, steeds vaker in de particuliere huur terecht. Rotterdam laat een ander beeld zien. In Rotterdam komen vestigers ook in toenemende mate in koopwoningen terecht.