Van adressen naar woningen

Niet iedereen die verhuist betrekt een leegstaand adres. Sommigen trekken bij anderen in of huren een kamer, bijvoorbeeld in een studentenhuis of pension. Dat komt meer voor dan men wellicht zou denken. Uit de Microdata is af te leiden dat 23% zich vestigt op een adres waar na de verhuizing meerdere huishoudens wonen. Dit komt bij verhuizingen over langere afstand (en uit het buitenland) vaker voor dat bij verhuizingen over korte afstand en bij jongeren (die ook een groot deel van de verhuisden uitmaken) vaker voor dan bij ouderen. Niet vreemd is dat het vooral de (studenten)steden zijn, waar meerdere huishoudens per adres wonen en waar dus ook veel van de vestigers op een dergelijk adres komen wonen.

Ook komt het voor dat huishoudens zich vestigen in een niet-woning. Denk aan een woonwagen of een woonboot. Ongeveer 4% van de verhuisden betrok een niet-woning. En ook dat kan met meerdere huishoudens op hetzelfde adres. In de analyse zijn alleen de ‘echte’ woningen (volgens de BAG) opgenomen en is een correctie aangebracht voor meerdere huishoudens op hetzelfde adres. Bij vestiging op een adres met meerdere huishoudens tellen deze woningen slecht voor een deel mee. Het aantal betrokken woningen is hierdoor kleiner dan het aantal verhuisde huishoudens.